Afgelopen lente toen ik zocht naar alternatieve manieren om met/over/door kleur te schrijven, klopte er een nieuwe kleurenwereld bij me aan: de kleuren in literaire werken.
Kleuren in literatuur
Al jaren was geen roman, gedicht of essay waarin kleuren beschreven, genoemd of bezongen worden, voor me veilig. Ik onderstreepte ze allemaal; de goede, de slechte, de beeldende, filosofische en hilarische, de levendige en de doodse. En vanaf deze lente verzamelde ik ze en vraag ik me af: hoe verhoudt het taalgebruik over kleur zich tot de rest van de taal in een boek? Wanneer ik me volkomen focus op de kleuren in een boek, wat kom ik dan te weten over de rest van het verhaal en de taal? Wat over het belang van ervaring, zintuigelijke kennis, waarde van esthetiek, samenhang, en over kleur?
Kleurkaarten
Ik begon aan een nieuwe serie essays met de werknaam Kleurkaarten. Dit essay, dat uitgegeven is in en bundel van uitgeverij Perdu, maakt deel uit van deze serie. Ik heb mijn blik gericht op de vertelkracht van kleuren in de poëzie van Inger Christensen in haar bundel alfabet.
De kleuren van abrikozen doen ertoe
fragment uit het essay:
[…] tijdens het overschrijven ontstonden uit de opsommingen kleurwolken, kleurentiteiten. Ik kon er verschillende niveaus in ontwaren en leek zelfs een landschap te herkennen. Ik besloot er een landkaart van te maken.
Met zekere hand legde ik de onderste, fundamentele laag op het papier. De kleurenwereld van deze bundel wordt gedragen door Schakeringen van licht en donker. Echt alle kleuren in alfabet kennen gradaties, hebben nuance, zijn divers en houden zich op tussen het felste schel en het diepste duister:
licht, lichtend, weerschijn van licht, daglicht, zonlicht, van licht vervulde morgen, het grijze licht, het nalichten, bijna duister, duister, donker, schaduw, halfschaduw, nachtschaduw
Wat ik teken lijkt op zeeën van schakeringen, rivieren, regen, poelen. De hele kaart is een stroomgebied. Opeens bolt het vel papier op. O natuurlijk, wind. De kleuren vragen om een extra dimensie binnen de kaart. Dit gebied van wind noem ik Associatie. Hier wordt alles met vaart naar elkaar toegebracht. Er vormen zich meer windrichtingen dan we gewend zijn en ze hebben ook volkomen verschillende drijfveren en krachten, maar iets oppikken en ergens anders neerleggen, het ene aan het andere vastklinken, dat doen ze allemaal.
zomer-grijze, wijn-rode, avond-blanke, ijs-licht, wit als lammeren, duif-blauwe, fabriek-witte, Sont-blauw, chroom-gele
In de stuwing en continue stroom die nu over het papier loopt, slibt er meer en meer land aan. Vaste grond slaat neer. En tussen alle nuances ontstaan punten, plekken waarop duidelijk herkenbare kleurtinten rusten. Al snel vormt zich een continent dat dicht wordt bevolkt door Tinten:
blauwe of groenige, blauwsel, blauw, eindeloos blauw, puur hemelsblauwe, grijsblauw, groene, ijsturkoois, bruinige, bleekrood, zwart, wit, wittige, witte, grijswitte, grijze, grijzige grauwe, grijs van roet, zilveren, witgoud
Hieronder kun je het hele essay lezen. De bundel kun je bij Perdu bestellen. De publicatie in met riso gedrukt en de geweldige boekvormgeving is door Alix Chauvet <3
Eerder schreef ik over de zoektocht naar de kleur van abrikozen. Lees hier meer over abrikozenkleuren in literatuur, film en schilderkunst.




